Ga naar de homepage
 
 
Nederlandse Ambassade te New Delhi, IndiaEnglish
 
 
 
 
 
 
Homepage > Over India > Mensenrechten
Mensenrechten
De meeste democrati­sche grondrechten zijn in India ruim gewaar­borgd. Rechtszekerheid is (grond)wettelijk gewaarborgd. Schendingen van in de Grond­wet vastgelegde basisrechten kunnen direct voor de Federale Opperste Rechtbank en de ‘High Courts’ in de deelstaten worden gebracht. In de praktijk hebben procedures vaak een lange looptijd en is de rechtstoegang afhankelijk van maatschappelijke positie. India kent sinds 1993 een Nationale Commissie voor de Rechten van de Mens (en soortgelijke Commissies in een aantal deelstaten). India is als één van de weinige landen in de regio aangesloten bij belangrijke inter­nationale mensenrechtenver­dragen, zoals het Internationale Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten. India werd in 1993 partij bij zowel het VN-Vrouwenver­drag als het VN-Kinderverdrag.

Ondanks de uitgebreide (grond)wettelijke waarborgen is sprake van mensenrechten-schendingen. Op lokaal en regionaal bestuursniveau komt willekeurig en hard optreden van de ordehandhavende organen  - politie en leger­eenheden - voor. Met name in gebieden die door sociale onrust, al dan niet gewelddadige afscheidingsbewegingen en terroristische activiteiten, worden gekenmerkt (Ja­mmu en Kash­mir, Punjab en de Noor­doostelijke deelstaten). Willekeurige detentie, marteling en mishandel­ing tijdens hechtenis en verdwij­ningen en buitengerechtelijke executies vinden echter ook in andere delen van India plaats. Dood door marteling in politiecellen komt voor. Ook gewapende opstandige politieke groeperingen maken zich schuldig aan het martelen, gijzelen en doden van burgers.

In oktober 2001 nam het Indiase Kabinet een nieuwe anti-terrorismewetgeving, de ‘Prevention of Terrorisme Ordinance’ (POTO) aan. Deze verordening, daarna omgedoopt tot ‘Prevention of Terrorisme Act’ (POTA) werd vervolgens in maart 2002 door het parlement goedgekeurd. Deze verordening gaf de politie vergaande bevoegdheden voor onderzoek en arrestaties. De nieuwe regering heeft POTA in het najaar 2004 opgeheven en thans worden zaken die onder POTA vielen herzien. Sommige aangeklaagden zijn reeds vrijgelaten.

Afgezien van de klassieke mensenrechten dienen de sociale en economische rechten te worden geëerbiedigd. De sociale, culturele en economische structuren in de Indiase samenleving zijn zeer heterogeen en complex. De inkomensverdeling is scheef, en de acute sociale nood onder brede lagen van de bevolking hoog. Gezondheidszorg is aanwezig, maar gebrekkig en weinig hygiënisch. Grote delen van de bevolking leven in een permanente staat van ondervoeding en hebben geen toegang tot adequate sanitatie. Een groot deel van de bevolking (met name vrouwen) is nog analfabeet.

Hoewel bij de wet verboden, is er kinderarbeid in India. Een speciale groep betreft kinderen die als schuldslaven in lijfeigenschap leven. Ook worden steeds meer Nepalese meisjes in de grote Indiase steden sexueel geëxploiteerd.

Geweld tegen vrouwen door politie of leger, en communaal- en kastengeweld baren eveneens zorgen. De praktijk van bruidsschatten zorgt voor veel misstanden, zoals selectieve abortus van vrouwelijke foetussen, discriminatie van meisjes en verbranding van bruiden.

India kent vanouds een kastensysteem dat zorgde voor uitsluiting van een deel van de bevolking van welvaart en besluitvorming. Hoewel het kastensysteem formeel bij grondwet is afgeschaft, bepaalt het in de praktijk nog deels de sociale structuur. De regels en beperkingen van het kastensysteem worden met name in de rurale gebieden soms nog gehandhaafd.

In het algemeen zijn de zwakke groepen en in­dividuen in de samenleving  - vrouwen, kastelozen, stamle­den, migranten-arbeiders, etnische minderheden  -  kwetsbaar voor mogelijke discriminatie of mishandeling.

De opmars van het hindoe-nationalisme onder de vorige regering heeft geleid tot een minder tolerante houding jegens mensen met een andere levensovertuiging. Geweld tegen religieuze minderheden, met name christenen en moslims, is een punt van zorg. In de deelstaat Gujarat - een grote machtsbasis van de BJP - vonden begin 2002 ernstige religieuze onlusten tussen hindoes en moslims plaats, waarbij ca. 2000 personen, veelal moslims, op gruwelijke wijze de dood vonden. Ondanks mogelijk verwijtbaar gedrag bleef Chief Minister Modi van Gujarat aan. Tijdens latere verkiezingen, medio december 2002, behaalde de BJP o.l.v. Modi een enorme overwinning (126 van de 182 Assemblee-zetels).

Zoals eerder aangegeven heeft de nieuwe regering zich voorgenomen meer aandacht te geven aan behoud en bescherming van de sociale harmonie en is zij voornemens gelijke kansen te bieden voor de laagste kasten/kastelozen (‘Scheduled Castes’), inheemse volken, andere achtergestelden en religieuze minderheden op het gebied van werkgelegenheid en onderwijs. Ook zullen de zgn. Hindutva invloeden in het onderwijs en met name in de schoolboeken ongedaan worden gemaakt en zullen de instellingen van hoger onderwijs hun autonomie behouden.

Medio augustus jl. werd het de facto moratorium op de doodstraf doorbroken. De EU heeft laten weten dit te betreuren.

Tijdens de EU-India Top eind 2004 werd door de EU de wens uitgesproken de samenwerking op het gebied van mensenrechten verder te ontwikkelen. In december 2004 vond in New Delhi een bijeenkomst plaats tussen de EU en India, waarbij voor het eerst naast multilaterale ook bilaterale mensenrechtenonderwerpen werden besproken.

banner wijsopreis.nl (GIF, 2 Kb)
Link: Ministerie van Buitenlandse Zaken
postenweb-eu-site159x41.gif (5 Kb)