StaatsinrichtingSinds de inwerkingtreding van de Indiase Grondwet in januari 1950 is India een federale republiek. India bestaat momenteel uit 28 deelstaten en 7 ‘union territories’. Na 1956 werden de deelstaten in toenemende mate langs linguïstische lijnen gereorganiseerd.
Het staatshoofd is de president, die elke vijf jaar wordt gekozen door het parlement. Op 25 juli 2002 werd dr. A.P.J. Abdul Kalam gekozen tot nieuwe president van India. Kalam is moslim en het wetenschappelijk brein achter India’s raketprogramma. De gouverneurs van de deelstaten worden benoemd door de president.
India kent een parlementaire democratie. Het op Britse leest geschoeide parlement bestaat uit het Hogerhuis, dat wordt gekozen door de deelstaatparlementen, en het Lagerhuis, waarin 543 van de 545 leden worden gekozen uit kiesdistricten en twee benoemd door de president. In het Lagerhuis zijn 79 zetels gereserveerd voor vertegenwoordigers van de laagste kasten/kastelozen (‘Scheduled Castes’) en 40 voor leden van inheemse volken (‘Scheduled Tribes’). Het Lagerhuis wordt elke vijf jaar rechtstreeks gekozen volgens een districtenstelsel, op basis van universeel kiesrecht. De leider van de grootste partij wordt premier en stelt de Ministerraad samen. De verkiezingen voor de parlementen van de deelstaten lopen niet parallel aan de verkiezingen voor het federale parlement. Sinds het einde van de jaren '80 is, mede als gevolg van de afbouw van het systeem van centrale planning, sprake van een decentralisatieproces waardoor de bevoegdheden van de deelstaten op economisch en sociaal terrein geleidelijk toenemen. Vooralsnog zijn de deelstaten financieel evenwel sterk afhankelijk van het centrum.
De Indiase Grondwet uit 1950 voorziet in een onafhankelijke rechtspraak, die is geënt op het Britse gewoonterecht. De rechterlijke macht treedt ook op als arbiter in competentiegeschillen tussen de federale en deelstaatregeringen. In iedere deelstaat zijn gerechtshoven. Het Hooggerechtshof bevindt zich in New Delhi.